Inventarisatie onderzoeken in werkveld revalidatie, bewegen en sport

20/10/2016

Binnen het programma Revalidatie, Sport en Bewegen bestond de wens om meer zicht te krijgen op wetenschappelijke onderzoeken binnen het werkveld revalidatie, sport en bewegen. In 2015 is in samenwerking met de onderzoeksgroep ReSpAct (www.respact.nl) een inventarisatie uitgevoerd door twee studenten van het Centrum voor Bewegingswetenschappen, Universitair Medisch Centrum Groningen, Rijksuniversiteit Groningen.

De onderzoekers willen met het overzicht een zo compleet mogelijk beeld geven van al het onderzoek dat vanaf 2000 in het onderzoeksgebied ‘revalidatie, bewegen en sport’ is uitgevoerd of nog loopt. Het grote aantal onderzoeken maakte het echter niet mogelijk om alle onderzoeken binnen het tijdsbestek van de opdracht mee te nemen. Het huidigeoverzicht is dan ook niet volledig en vormt een uniek maar steeds weer veranderend tijdsbeeld. Aanvullingen zijn dan ook van harte welkom!

Opzet
De opzet in het onderstaande overzicht is gebaseerd op de verschillende diagnosegroepen zoals deze door Revalidatie Nederland worden gehanteerd. In het overzicht zijn alleen onderzoeken over (jong)volwassen opgenomen. Op dit moment vindt een soortgelijke inventarisatie plaats gericht op kinderen en jongeren met een beperking.
De onderzoekers hebben in eerste instantie gesprekken gevoerd met een aantal hoogleraren en onderzoekers (sleutelfiguren) binnen het werkveld. Op basis van deze verkregen informatie en een uitgebreide internetsearch op websites van universiteiten, lectoraten, revalidatiecentra en kennisorganisaties, zijn 115 verschillende onderzoeken in beeld gebracht bij 24 verschillende organisaties.

Vaststellen status informatie
Voor het vaststellen of de gevonden informatie op internet actueel en betrouwbaar was en voor het aanvullen van ontbrekende informatie, zijn alle onderzoekers benaderd met betrekking tot de eigen uitgevoerde onderzoeken. Wanneer onderzoekers een reactie hebben afgegeven met betrekking tot de inhoud van het onderzoek is dit weergegeven als ‘Geverifieerd voorjaar 2015’. Helaas is dit niet bij alle onderzoeken gelukt.

Op het moment dat een reactie ontbrak, is het betreffende onderzoek wel opgenomen maar zijn de volgende vermeldingen gehanteerd:

  • ‘Niet geverifieerd, informatie verkregen via PubMed’ (betreft informatie die via een artikel op PubMed is verkregen)
  • ‘Niet geverifieerd, informatie verkregen via website onderzoeksorganisatie’ (betreft informatie die via de website van een onderzoeksorganisatie/instelling is verkregen).

Onderzoeken die niet geverifieerd zijn, kunnen hierdoor niet volledig of kloppend zijn.

Overzicht per diagnosegroep
In onderstaande tabel is per diagnosegroep het aantal onderzoeken opgenomen dat in het overzicht is verwerkt.

Diagnosegroep
Subgroep
Aantal onderzoeken
Aandoeningen bewegingsapparaat
Fybromyalgie
1
 
Reumatische aandoeningen
13
Algemene revalidatie
Geen diagnosegroep
2
 
Meerdere diagnosegroepen
14
Amputatie
Arm
1
 
Been
5
Chronische pijn
 
8
Dwarsleasie
Hoge/lage dwarslaesie
16
 
Spina bifida
1
Hersenen
CVA
13
 
NAH
1
Kanker
 
19
Neurologie
Algemeen
1
 
CP
4
 
FSHD
1
 
MS
1
 
PPS
1
 
Parkinson
1
Organen
Alvleesklier
2
 
Darmen
1
 
Hart
5
 
Lever
1
 
Longen
2


Geconstateerde witte vlekken
Naast de vragen over de inhoud van de onderzoeken, werd aan de onderzoekers ook gevraagd of er nog onderbelichte gebieden (witte vlekken) zijn, waarnaar onderzoek nog heel erg gewenst is. Een aantal onderzoekers heeft hierop geantwoord. Hieronder een samenvatting:

  • Aangegeven werd dat nog veel onderzoek nodig is op het gebied van revalidatie, sport en bewegen. ‘Aangepaste sport’ loopt achter qua kennis en technologie op de reguliere sport. Ook is er nog onderzoek vereist naar de kant van de mens, materialen, en de interactie hiertussen. Daarnaast moet er meer aandacht komen voor de invloed van bewegen.
  • Verder werd aangegeven dat ernstig aangedane groepen uit de verschillende diagnosegroepen vaker in studies geïncludeerd zouden moeten worden, omdat nu vaak alleen de groepen geïncludeerd worden die het minst zijn aangedaan.
  • Naast de aandacht voor de hoeveelheid van bewegen is meer aandacht gewenst voor het vele zitten dat mensen na het uitvoeren van het bewegen doen. Dit betekent dat niet alleen de training en dagelijkse beweging van patiënten in de praktijk meer aandacht vraagt, maar ook het sedentaire gedrag.
  • Verder is er behoefte aan onderzoek naar het bepalen van bruikbare uitkomstmaten, niet alleen van dagelijkse activiteit en intensiteit van bewegen en trainen, maar ook op bijvoorbeeld het gebied van conditie en de meer specifieke kenmerken van sedentair gedrag.
  • Ook is het belangrijk dat mensen blijven bewegen nadat ze een training/interventie hebben gevolgd. Het trainen geeft vaak een verbetering in de fysieke activiteit van mensen, maar door persoonlijke omstandigheden wordt het trainen vaak niet meer volgehouden. Meer inzicht is nodig in haalbare vormen van fysieke activiteit en bewegen op langere termijn en in stimulerende en belemmerende factoren daarbij. Kortom, meer onderzoek zou zich moeten richten op hoe mensen na een training blijven bewegen, zodat effecten van de training behouden kunnen blijven.
  • Aandacht wordt gevraagd voor een actieve leefstijl na een amputatie. Trainingsprotocollen over welke trainingen na een amputatie uitgevoerd zouden moeten worden zijn wenselijk, zodat er geen overbelasting of onder belasting plaatsvindt.

Samenwerking van groot belang
Bijna alle onderzoeken worden uitgevoerd in samenwerking met andere organisaties. Vaak nationaal, maar ook internationaal. Wel zijn er verschillen in samenwerkingspartner zichtbaar tussen de diverse organisaties.
Ziekenhuizen werken vooral samen met andere ziekenhuizen of onderzoeksinstituten, revalidatiecentra werken samen met andere revalidatiecentra, onderzoeksinstituten en onderwijsinstellingen. Onderwijsinstellingen werken samen met gemeenten.
In de samenwerking is te zien dat onderzoeks- en onderwijsinstellingen veel samenwerken met revalidatiecentra. Onderwijsinstellingen werken ook vaak samen met gemeenten.
In een aantal gevallen vindt ook samenwerking plaats met gamefabrikanten. Specifieke expertises vullen elkaar dan aan.

Toekomst
De achterliggende reden van deze inventarisatie is het bundelen, verder uitbouwen en ontsluiten van aanwezige expertise. Op deze manier ontstaat (meer) inzicht in wat al dan niet werkt voor de diverse diagnosegroepen en vooral ook wat toegepast kan worden binnen de dagelijkse praktijk. Dit verkregen inzicht kan ingezet worden als onderdeel van kennisdeling binnen het gehele werkveld revalidatie, sport en bewegen.
Door goed te weten wat er speelt ‘in onderzoeksland’ en wat al dan niet werkzaam is, kan meer gebruik gemaakt worden van elkaars kennis. Het is wenselijk om elkaar proberen te (gaan) versterken en kennis meer te delen.

Het actueel en toegankelijk houden van het verkregen overzicht is een uitdaging. Dit doen we graag samen met u!

M. Duijf, M. van Kalsbeek, M. Lake, L.H.V. van der Woude en R. Dekker

Correspondentie:
Marjo Duijf, Kenniscentrum Sport, marjo.duijf@kcsport.nl

Klik hier voor rapport 'Inventarisatie onderzoeken werkveld Sport en Bewegen'