Staat van de Gezondheidszorg 2013

02/01/2014

Sturen op het functioneren van zorgmedewerkers komt de kwaliteit en veiligheid van de zorg ten goede. Dat schrijft de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in de Staat van de Gezondheidszorg 2013. Sturen op verantwoord functioneren staat dit keer centraal in dit jaarlijkse rapport. Het rapport beschrijft welke waarborgen nodig zijn om te sturen op functioneren en daarmee disfunctioneren te voorkomen.

Investeren in kwaliteit van zorgprofessionals is investeren in kwaliteit en veiligheid van zorg

Verantwoord functioneren is de verantwoordelijkheid van zorgprofessionals zelf, hun collega’s en van het bestuur van een zorginstelling. Met de Staat van de Gezondheidszorg 2013 geeft de IGZ aan dat het nodig is om het sturen op functioneren in ziekenhuizen, verpleeghuizen, huisartspraktijken en andere zorginstellingen concreet te maken. Inspecteur-generaal Ronnie van Diemen: "In het kader van de patiëntveiligheid juicht de inspectie het toe dat zorginstellingen sterker sturen op het functioneren van hun zorgverleners. Dat is de verantwoordelijkheid van instellingen en zorgverleners zelf, maar de IGZ houdt hier wel toezicht op. De verschillende beroepsgroepen zijn al enige tijd bezig om het begrip ‘sturen op functioneren’ concreet te maken. Met de Staat van de Gezondheidszorg 2013 maakt inspectie duidelijk wat zij verwacht."

Ook zorgprofessionals die alleen werken, moeten hun competenties voortdurend verbeteren en deelnemen aan intercollegiale toetsing. Wanneer een zorgprofessional in een eenmanspraktijk minder goed gaat functioneren, hebben collega’s wel degelijk een verantwoordelijkheid om in actie te komen, onafhankelijk van de vorm waarin de samenwerking plaatsvindt.

Cultuurverandering
Bij sturen op functioneren gaat het niet alleen om procedures en systemen, maar ook om cultuur. De IGZ ziet dat er bij een melding over disfunctioneren, bij collega’s vaak al veel eerder signalen waren dat een medewerker of afdeling niet goed draaide. Als instellingen of collega’s zelf niet tijdig ingrijpen, staan patiënten onnodig bloot aan risico’s en krijgt een zorgverlener ook niet de kans om het functioneren te verbeteren. Disfunctioneren ligt dan op de loer. Zorgmedewerkers moeten elkaar veilig kunnen aanspreken op gedrag. Elkaar aanspreken en leren van elkaar kan en moet ook binnen de zorg, zodat voortduren leren en verbeteren mogelijk is. Ronnie van Diemen: "Waar angst regeert, wordt niet geleerd. We zien als inspectie dat dit aloude gezegde nog steeds vaak actueel is."

Vermogen om te leren
De IGZ vindt het belangrijk dat een instelling of zorgprofessional het vermogen heeft om te leren. De inspectie wil bij een calamiteit zien dat die ook zo erkend en onderzocht wordt en dat er zaken verbeterd worden. Investeren in de kwaliteit en veiligheid van zorg betekent investeren in zorgprofessionals. Functioneringsgesprekken, visitaties en andere audits kunnen daarbij helpen. Als blijkt dat individuele of groepen beroepsbeoefenaren achterblijven, dan is gerichte verbetering nodig. Als deze verbetering achterwege blijft, moet het bestuur optreden om de patiëntveiligheid te borgen. De IGZ ziet erop toe dat besturen deze verantwoordelijkheid nemen.

De inspectie ziet haar optreden bij mogelijk disfunctioneren als sluitstuk. Zij neemt maatregelen als sprake is van disfunctioneren en er risico’s voor patiënten kunnen optreden: Een situatie die voorkomen had moeten worden door professionals zelf, hun collega’s en bestuurders.

Bron: IGZ.nl